• Geert Drion

Cultuur van en voor iedereen - van rechten naar mogelijkheden



Difference is of the essence of humanity

(John Hume)


For one to be free there must be at least two. (Zygmunt Bauman)



Met het aantreden van een nieuw kabinet dient zich de vraag aan of de volgende minister het uitgangspunt “Cultuur van en voor iedereen” zal overnemen. Die vraag krijgt reliëf in de discussies over de legitimering van cultuurbeleid en de houdbaarheid van het “stelsel”. Dat debat speelt op álle niveaus van het cultuurbeleid (landelijk, regionaal, lokaal) en ook bij de diverse kenniscentra, adviesorganen en fondsen.


De discussie staat in het teken van democratie. Centraal staat de tegenstelling tussen “democratisering van cultuur” en “culturele democratie”. De algemene lijn is dat democratisering van cultuur (“verheffing”) als uitgangspunt voor cultuurbeleid in onze pluriforme samenleving onhoudbaar is geworden en bovendien heeft geleid tot uitsluiting en reproductie van culturele dominantie. In plaats daarvan wordt nu het begrip “culturele democratie” gemunt, als toetssteen: om het stelsel op te schonen van verborgen culturele dominanties en om het stelsel “democratisch te openen” voor de representatie van tot nu toe ondervertegenwoordigde vormen van cultuur. De vraag die de nieuwe minister zich vermoedelijk zal stellen is hoe “Cultuur van en voor iedereen” kan bijdragen aan culturele democratie. Maar in die vraag schuilt een misverstand.


Het eerste wat gezegd moet worden is dat het “stelsel” niet een doel in zichzelf is, maar alleen een middel om iets mogelijk te maken. Dat “iets” is – in the end – een cultureel proces dat zich in de samenleving, voortdurend, tussen echte mensen, afspeelt. De beoordeling van het succes of falen van het stelsel moet dus in termen van dat culturele proces worden gedaan.

Het tweede is dat elk stelsel zijn eigen blinde vlekken heeft. Een systeem dat zich richt op verheffing verliest haar eigen effecten van uitsluiting uit het oog. Dat blijkt. Maar ook een systeem dat zich richt op culturele representatie heeft blinde vlekken: als je de nadruk legt op een inclusief stelsel, dan raakt al snel een belangrijke vraag uit beeld: “inclusie waartoe?”.


Om beide redenen is het belangrijk om goed te beschrijven wat we bedoelen met cultuur als proces. We hebben daar nu nog te weinig vocabulaire voor ontwikkeld. Maar duidelijk is wel dat ontmoeting essentieel is. Juist in de confrontatie met de iets dat we nog niet kennen (het andere, de ‘onmaat’) openen zich nieuwe manieren van kijken en beleven, en nieuwe manieren om je uit te drukken.

Zo bezien gaat het juist níét om het beslechten van rechten of posities, maar om het zich openen voor andere mogelijkheden.

Die mogelijkheden vormen niet alleen een ‘speelveld’ voor echte mensen, maar ook voor de samenleving als geheel. Ruimtevoor dubbelzinnigheid, in het spel te brengen van verschillen en in vrijheid te kunnen “worden”: dat is de kraamkamer van de cultureel open samenleving van de toekomst.


Als dát de betekenis is van “Cultuur van en voor iedereen” dan vraagt dat meer dan alleen een ‘rechten-benadering’ van culturele democratie. Het vraagt om een vocabulaire voor wat culturele ontmoetingen zijn, en hoe we een ecologie van culturele ontmoetingen in de samenleving kunnen inrichten – voor iedereen.


“Cultuur van en voor iedereen” staat dan niet alleen voor het “recht tot zijn”, maar ook voor de mogelijkheid tot worden. Dát onderscheid is voor het inrichten van democratisch cultuurbeleid – en voor het inrichten en beoordelen van het stelsel – van fundamenteel belang.




Geert Drion

28-04-21

1 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven